Onze Chevrolet schudde onder de luchtdruk van een langsrazende vrachtwagen. Met mijn voeten op het dashboard, onderuit op de bijrijdersstoel, kon ik nog net de Atlantische Oceaan zien. De horizon lag mooi recht op de zeespiegel. In het oosten kierde een streep ochtend door een egaal wolkenvlak.
‘This is Wolfman Jack at W.L.R.N. Miami, ‘De deejay huilde als een wolf. ‘It’s a stormy night, watch your back, the beast is out.’
Naarmate we dichter bij de zender kwamen, werd de ontvangst beter. De Overseas Highway, tussen de eilanden van de Florida Keys, voerde over afgedankte spoorbruggen van een failliete maatschappij. De weg was zo smal dat passanten elkaars buitenspiegel net niet raakten. Bij iedere tegenligger kwispelde onze wagen op zijn versleten schokbrekers.
‘It’s not what you see, it’s not what you hear, it’s what you feel… Feel the fear, run and hide in the darkest of places.’
Regen tintelde, een piano drong zich op. Riders on the storm  Jim Morrison viel in met zijn diabolische stem.
Op het volgende eiland schoten motels met neonreclames langs. Meteen na het laatste gebleekte huis begonnen de mangrovebossen, in potloodkrassen wervelden ze langs. De vlakte van de oceaan dook weer spiegelend op.
Achter het stuur van de Chevy staarde Siggy in het halfdonker. Hij zoog aan zijn sigaret alsof het een levensreddend strootje was dat boven water stak. Duke snurkte op de achterbank tussen ongewassen kleren zijn roes uit. Die jongens hadden geen rem. Op Schiphol kon ik nog net het blok hasj dat ze in hun bagage wilden meenemen ongezien in een afvalbak gooien. Razend waren ze toen ze na aankomst op JFK hun feestelijke joint niet konden opsteken. Duke zag op tegen een maand van onthouding, Siggy betichtte mij van een gebrek aan respect, in zijn ogen een doodzonde.
In het noorden, boven het vasteland van Florida, verzamelden zich wolken die de nacht vasthielden. Weerlicht speelde er zoekend doorheen. Siggy gaf flink gas. ‘Ze komen, jongens, ze komen, op hun paarden, in grote horden.’ Zijn gezicht lichtte op door een verre bliksemflits. ‘Ze vreten je met huid en haar. Ze slepen je darmen eruit en komen voor je ziel.’ Hij jankte mee met de deejay.
‘Fuck Sig, hou je een beetje in.’ Ik ging overeind zitten. ‘Duke slaapt. Moet het altijd met zoveel drama?’
Siggy liet de V8 nog eens extra loeien. ‘Ik moet wakker blijven, Faber, haarscherp zijn. Duke is in coma, die heeft nergens last van, nog steeds knock-out door ons Hemingwaytje in Key West. Mojito’s moet je bij Sloppy Joe’s drinken. To the young men and the sea.’
Dukes slaperige gezicht verscheen boven de rugleuning. ‘Jezus, zie je dat, krankzinnig, bliksem. Het gaat zo ook nog regenen.’
De Chevrolet versnelde over de tweebaansweg. Witte flitsen rolden horizontaal door de wolken, een harde ontlading greep naar het land.
Duke had ik drie jaar daarvoor ontmoet. Iedere ochtend zaten we in dezelfde trein naar school, in de middag reden we weer terug. In die regelmaat werd Duke de broer die ik nooit had gehad. Soms kwam ik bij hem thuis, of hij bij mij. Hoe het er in de wederzijdse gezinnen aan toe ging, was een gegeven, daar spraken we niet over. Voor onze reis naar Amerika, na ons eindexamen, zochten we een derde musketier en Siggy uit een parallelklas leek de ideale kandidaat. Al snel vormde zich een vriendschap met Siggy maar eigenlijk was het dat niet. Vriendschap was een te neutrale term. Siggy dreef alles op de spits. Je was zijn bloedbroeder of zijn aartsvijand. Hij wilde geologie studeren, de diepte in, en, net zoals W.F. Hermans, in de breedte gaan schrijven. Verhalen die natuurkrachten lieten ontsporen en de mens toonden in al zijn belachelijke geploeter. Duke dacht eerst nog dat Siggy zijn naam had gekozen uit liefde voor Bowie’s Ziggy Stardust maar Siggy was met een andere geschiedenis opgescheept. Siegfried was zijn volledige naam.
‘Storm and thunder in Miami,’ donderde Wolfman Jack. ‘Jim Morrison heard Presley singing ‘Ghost riders in the sky’. Jim recognized the feeeeeel.’ De eerste zangtonen van Elvis rolden binnen, zijn bronzen stemgeluid omringd door ronkende gitaren. ‘This is a rare live Presley rehearsal. He’s losing a bit of his golden voice but still has this wonderful magic. Hear him yelling and howling.’ An old cowboy went ridin out one dark and windy day
De lucht was donkerpaars met donderwolken die wervelden in onwerkelijk licht. We naderden een rode Ford Gran Torino met witte vectorstrepen, Starsky and Hutch-style. Siggy joelde hard mee met Wolfman Jack. ‘Elvis en Jim hebben het begrepen. De wilde jacht. Naakte Walkuren op zwarte hengsten slepen lijken van strijders met zich mee. Ze mogen naar het Walhalla, roem en glorie voor de eeuwigheid.’
Het onweer in de verte maakte zich breed. Horizontale lichtaders spatten uiteen en flitsten naar de grond. De Torino minderde vaart.
‘Klojo, schijtluis, met je stomme Ford Taunus.’ Siggy ging dicht achter de Torino rijden, op nog geen meter van zijn bumper.
‘Geen kunstjes Siggy, dat doe je maar als je alleen in de auto zit,’ zei Duke. Siggy gaf vol gas, de V8 schreeuwde, ijzeren sporen in zijn zachte buik. De zware Chevy zwaaide op de linkerbaan. Siggy ging de Torino inhalen.
‘Back off. Wat doe je.’ Duke schoof zijn hoofd over de leuning. ‘Je spoort niet, klootzak.’
Ik duwde Duke terug op de achterbank. Zijn gedoe zou Siggy alleen nog maar meer opfokken.
‘Rustig aan, Sig. Die weg is veel te smal.’  Ik kon niets doen. Wanneer ik nu aan het stuur zou trekken, liep het in ieder geval niet goed af. Ik zag ons met een ruime zwaai over de betonnen vangrail vliegen. De Torino versnelde ook. We reden zij aan zij. In de verte doken na een flauwe bocht de koplampen van een tegenligger op.
‘Blijf cool, jongens, I’ve got this.’ Siggy keek rechts naar de bestuurder van de Torino. Die keek kort terug. ‘Russisch roulette, Deerhunterstyle. Dit is het echte werk, mannen. Rebel without a cause. Nu worden de schapen van de bokken gescheiden. Zien jullie niet hoe fantastisch dit is!’
‘Stomme lul.’ Duke kwam weer naar voren. ‘Remmen, ga er weer achter. Daar komt een tegenligger. Er is geen ruimte voor jouw kunsten, debiel.’
‘Alsof ik dat niet weet.’ Siggy haalde een hand van het stuur en nam rustig een trekje van zijn sigaret. Hij voelde de macht. ‘Als je me afleidt, is het jouw schuld. Geef je over.’
Elvis ging op weg naar zijn laatste noten. Yippie I aye ye, Yippie I ohhh, ghost riders in the sky
‘Laat Siggy nú met rust, Duke,’ zei ik en duwde Duke’s hoofd terug naar de achterbank. ‘Ik weet dat je het onder controle hebt, Sig. Als je het gas loslaat en er weer achter valt, is je punt bewezen. Dan is er niks aan de hand.’
‘Goed geprobeerd Faber, maar ik weet wat ik doe.’ Siggy’s stem klonk ijzig, daar zat geen beweging in. De tegenligger kwam dichterbij en begon driftig met zijn lichten te knipperen. De man in de Torino bleef strak voor zich uit kijken met zijn voet op het gas. Onze Chevy kroop centimeters voorbij de Torino. Het zag er naar uit dat we het niet zouden gaan halen. Dit was het dus. Zo zag het einde eruit. Remmen, een harde knal, een draai door de lucht, een plons in zee, nog een paar tellen bewustzijn die samen met luchtbellen in het water verdwijnen en zwart. Aftiteling en klaar.
‘Siggy, stomme klootzak,’ schreeuwde Duke in Siggy’s oor. De tegenligger toeterde luid met een jankende koeienhoorn. Zijn koplampen flitsten feller dan het onweer. De tijd vertraagde, een botsing was onafwendbaar. Ik keek door de voorruit naar de steeds feller wordende koplampen en werd onder de voet gelopen door een dwingend inzicht. Dit was de orde der dingen. Onontkoombaarheid vlijde zich liefdevol tegen me aan. Laat vallen wat moet vallen. Zo moest het zijn.
Misschien kon Siggy nog wat extra gas geven, misschien hield de Torino nog op tijd in, maar net voor een frontale botsing schoven we voorbij de Torino naar de rechter weghelft. De tegenligger schoot rakelings langs ons. Hij toeterde ons nog honderden meters na. Het was onwerkelijk. Ineens was het gevaar geweken en reden we weer aan de goede kant van de weg.
‘Zie je wel. Niets aan de hand.’ Siggy zette de radio wat harder. ‘Alles volledig onder controle. Net zoals mijn vader in zijn Boeing 747. Piloten houden onder de meeste extreme omstandigheden overzicht. Paniek kennen ze niet. Het zijn geen mensen maar goden.’
‘Achtergebleven randdebiel.’ Duke stak een middelvinger omhoog en draaide zichzelf in zijn slaapzak. Ik zakte onderuit en staarde naar de oceaan. Mijn hart sloeg als een maalpomp, bloed snelde naar mijn hoofd. Het komt altijd achteraf, nooit op het moment zelf. Steeds gevangen achter een baarmoedervlies terwijl de geruststelling van een tweede hartslag ontbreekt. Druppels begonnen te kletteren op het stalen dak van de Chevrolet. Wind rukte met vlagen aan de auto. Elvis stem draaide als een slang om de woorden. Yippie I aye ye ye, Yippie I ohhh oh oh, ghost riders in the sky